envelope[email protected] phone030-737 11 20

Deze site gebruikt cookies. Privacy

Direct een afspraak maken

 
 
 
 
 

Wilsrecht(en)

 

Wilsrechten zijn in het leven geroepen om kinderen van hertrouwde ouders extra zekerheid te geven om te ontvangen waar zij recht op hebben. Bij het overlijden van één van de partners krijgt de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner (hierna: ouder) op basis van de wettelijke verdeling de erfenis, inclusief de erfdelen van de kinderen, tot zijn of haar beschikking. De wettelijke regeling geldt wanneer er geen testament is gemaakt; als er wel een testament opgemaakt is, dan krijgen de daarin opgestelde beslissingen in principe voorrang. 

Als er geen testament is opgemaakt, krijgen de andere erfgenamen hun erfenis in de vorm van een tegoed in geld ter waarde van hun erfdeel. Dit geld krijgen de kinderen pas bij het overlijden van de langstlevende ouder.

Er kan een probleem ontstaan wanneer de langstlevende ouder hertrouwt. Bij het hertrouwen van de ouder bestaat er een kans dat, bij overlijden van nog levende ouder, het gehele vermogen (inclusief de erfdelen die de kinderen nog tegoed hadden) als erfenis overgaat op de achterblijven partner (stiefouder van de kinderen). Op deze manier kunnen de kinderen nooit ‘hun’ erfdeel van de stiefouder erven, omdat ze geen bloedverwanten zijn en dus niet als erfgenamen worden gezien als de stiefouder overlijdt. Dit kan voorkomen worden als de langstlevende ouder een testament opmaakt. Om dit soort problemen te voorkomen heeft de wetgever het wilsrecht in het leven geroepen.

EERDER GESTELDE VRAGEN?

Wilsrecht inroepen

De kinderen van een overleden ouder hebben zogenoemde wilsrechten op (waardevolle) zaken uit de nalatenschap. Dat wil zeggen dat kinderen, wanneer de langstlevende ouder hertrouwt, met het inroepen van hun wilsrecht kunnen eisen dat hun erfdeel alvast hun eigendom wordt. Dit opeisen kan zowel in geld als in eigendommen, en kan ook nog nadat de langstlevende ouder zelf is overleden. Dan wordt het wilsrecht ingeroepen bij de stiefouder.

Het opeisen van het erfdeel wil niet zeggen dat de kinderen er ook meteen gebruik van kunnen maken; gebruik van het vermogensbestanddeel blijft bij de partner van de overleden langstlevende ouder tot zijn of haar dood, of totdat deze aangeeft het geld of de eigendommen over te willen dragen. Dit wordt ook wel het vruchtgebruik genoemd en komt bijvoorbeeld regelmatig voor bij het opeisen van de eigendom van een woning. Hierdoor kan de woning niet zonder toestemming van de kinderen verkocht worden, maar ook kunnen de kinderen de woning niet verkopen zolang de stiefouder er gebruik van maakt. 

Het is mogelijk om de wilsrechten van kinderen te beperken of uit te breiden in een testament. Hierin kan geregeld worden dat de wilsrechten geheel of gedeeltelijk buiten werking gesteld worden, waardoor de ouder het gehele vermogen erft, en pas bij zijn of haar overlijden vrijkomt voor de kinderen. Deze wilsrechten kunnen ook uitgebreid worden, waardoor de kinderen makkelijker aanspraak kunnen maken op hun erfdeel.

EERDER GESTELDE VRAGEN?

Scheiden, hertrouwen en erven

Wilsrechten zijn niet alleen van belang wanneer een langstlevende ouder hertrouwt. Ook wanneer iemand na een scheiding hertrouwt, worden de kinderen uit het eerdere huwelijk stiefkinderen van de nieuwe partner. Stiefkinderen kunnen volgens het wettelijk erfrecht niet erven van een stiefouder wanneer de langstlevende ouder overlijdt, tenzij hiervan in een testament (bijvoorbeeld via de Assepoester-clausule) is afgeweken. Ook in dit geval is het mogelijk om in een testament af te wijken van de wettelijke regels wat betreft erfrecht en wilsrechten, door bijvoorbeeld op te nemen dat een stiefkind gelijkgesteld moet worden met de andere kinderen.