envelope[email protected] phone030-737 11 20

Deze site gebruikt cookies. Privacy

Direct een afspraak maken

Verjaring schadevergoeding

De wet bepaalt in artikel 3:310 van het burgelijk wetboek dat het recht om schadevergoeding te eisen na verloop van een bepaalde tijd in juridisch opzicht komt te vervallen. Anders gezegd kun je na een bepaald tijdsverloop iemand niet meer verplichten de schade te vergoeden. Deze periode wordt de verjaringstermijn genoemd. Door de wet heen komen we veel verschillende verjaringstermijnen tegen, maar in dit artikel beperken wij ons tot de korte verjaringstermijn van vijf jaren en de lange verjaringstermijn van twintig jaren. Deze termijnen worden hieronder nader toegelicht. 


Korte termijn    

De korte termijn is vijf jaren. Deze termijn begint te lopen op de dag die volgt op de dag waarop het slachtoffer bekend is geworden met zowel de schade als de veroorzaker of verantwoordelijke persoon van de gedraging die de schade tot gevolg heeft gehad. Wanneer een minderjarige slachtoffer met deze feiten bekend raakt of een slachtoffer niet in staat is een vordering in te stellen dan begint deze termijn te lopen op het moment dat iemand geacht wordt de vordering te kunnen instellen. Voor minderjarigen zal dat zijn op het moment dat zij meerderjarig raken en anderen op het moment dat zijn geestelijk dan wel lichamelijk in staat worden geacht de schadevergoedingsvordering in te stellen.

Eerder gestelde vragen

Lange termijn

De lange verjaringstermijn bedraagt twintig jaren. Deze termijn begint te lopen op de dag na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Hierbij hoeft iemand niet bekend te zijn met de veroorzaker van die schade. Aan deze lange termijn ligt de rechtszekerheid ten grondslag, omdat het na verloop van zoveel jaren onredelijk kan zijn dat iemand opeens met een vordering wordt geconfronteerd en zich daarnaast lastiger kan verweren omdat het vanwege een langer tijdsverloop steeds moeilijker wordt om de redenen voor de schade te weerleggen middels documenten, getuigenissen of andere bewijzen.

Deze lange termijn kan verlengd worden op het moment dat de aansprakelijke/verantwoordelijke opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid van de vordering verborgen hield waardoor het slachtoffer niets wist dat hij een vordering kon instellen.

 

Bijzondere termijnen

Een bijzondere termijn geldt wanneer de schade het gevolg is van verontreiniging van lucht, water of bodem. In dat geval verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade, in afwijking van het aan de reguliere termijn van twintig jaren, in ieder geval door verloop van dertig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Deze termijn begint te lopen op de dag nadat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan, de voortdurende gebeurtenis is geëindigd of, ingeval er meerdere gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, na de laatste gebeurtenis.

Voorbeelden van dit soort gevallen zijn schade veroorzaakt door:

  • asbest

  • de zogenoemde vluchtige stoffen/oplosmiddelen 

  • gevaarlijke stoffen die door een bedrijfsmatige gebruiker in het verkeerd zijn gebracht (zoals asbest); 

 

Korte verjaringstermijnen

Ook zijn er verjaringstermijnen die korter zijn dan de korte verjaringstermijn van vijf jaren. Enkele voorbeelden zijn:

 

  • Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM);

  • Personenvervoer;

  • Luchtvervoer; 

  • Productaansprakelijkheid;

  • Schadefonds geweldsmisdrijven

Vordering instellen na twintig of dertig jaar ?

Soms is zelfs de termijn van twintig of dertig jaar niet heilig. Dat is met name het geval als de schade pas na deze lange verjaringstermijnen wordt geconstateerd. Omdat de persoon die aansprakelijk gestelde een beroep moet doen op de verjaring, verjaring wordt namelijk niet automatisch door de rechter toegepast, kan de rechter een beroep op verjaring van de vordering in strijd vinden met de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW) waardoor de vordering niet wordt afgewezen op grond van verjaring.

Omdat dit uiteraard een zeer uitzonderlijke situatie is heeft de Hoge Raad voor het mogen overschrijden van de deze lange verjaringstermijnen een aantal gezichtspunten ontwikkeld die van belang zijn om een beroep op de verjaring al dan niet af te wijzen.

  • Gaat het om vermogensschade of ander nadeel (letselschade) en komt een eventuele vergoeding benadeelde zelf ten gunste?

  • Bestaat er aanspraak op een uitkering uit andere hoofde?

  • Mate waarin gebeurtenis de aangesprokene kan worden verweten

  • Mate waarin aangesprokene al voor de verjaringstermijn rekening heeft gehouden of heeft kunnen houden met mogelijk aanspraak

  • heeft aangesprokene nog mogelijkheid zich te verweren?

  • is aansprakelijkheid door verzekering gedekt?

  • heeft na de openbaring van de schade binnen redelijke termijn aansprakelijkstelling plaatsgevonden en is een vordering ingesteld?